NL-versie

PA100M

″Malabar Radio (PKX)″

PA100K

″Kootwijk Radio (PCG)″

Viering van 100 jaar radiocommunicatie geschiedenis
tussen Indonesië en Nederland in mei 2023

Over de Special Event Stations

Over De Stations PA100M en PA100K

Hallo bezoeker uit

Viering van de wereldgeschiedenis van radiocommunicatie; we overbruggen 100 jaar van 1923 tot 2023. Dit alles mogelijk gemaakt door leden van RCL | Radio Club Limburg.

Twee historische radiostations en hun bijbehorende ontvangststations, in die tijd bekend met de roepletters PKX (Malabar, Indonesië) en PCG (Kootwijk, Nederland), pioniers op het gebied van de langegolf langeafstands radiocommunicatie via morse. En nu twee special event stations die 100 jaar radiocommunicatie geschiedenis vieren tussen Indonesië en Nederland.

Na 100 jaar eren we in 2023 Malabar Radio met amateur radio station PA100M en Kootwijk Radio met amateur radio station PA100K.

   Wanneer

De twee special events stations PA100M en PA100K zullen aktief zijn vanaf vrijdag 5 mei 2023 tot en met juni 2023.

Vanaf vrijdag 5 mei tot en met zondag 7 mei 2023 zullen de Special Event Stations toegankelijk zijn voor bezoekers.

U kunt bekijken en beluisteren hoe via de korte golf nog steeds op traditionele wijze wereldwijd verbindingen worden gemaakt in telegrafie (morse) - zoals dat eertijds ook gebeurde - en ook telefonie (spraak).

Tevens worden demonstraties gegeven hoe met satelliet-apparatuur via satellieten verbindingen worden gemaakt.

   Waar

Tijdens de drie voor bezoekers toegankelijke dagen vanaf de locatie in Stevensbeek, op precies de plaats waar het eerste ontvangststation in Nederland stond van 1919 tot en met 1924.
Adres: Radioweg 12, 5844 AA Stevensbeek.

   Samen met

Radio Club Limburg werkt samen met de Heemkundekring Stevensbeek.

Leden van de Heemkundekring Stevensbeek zullen tijdens de bezoekersdagen van vrijdag 5 mei tot en met zondag 7 mei 2023 aanwezig zijn.

Over het ontvangststation Sambeek is beperkte informatie aanwezig op het Internet. Het station heeft er ook maar 5 jaar gestaan. De Heemkundekring heeft een schat aan informatie over het station in de archieven.

Zij zullen met presentaties en displays het bij hen aanwezige beeldmateriaal laten zien - en verhalen vertellen over - het voormalige ontvangststation te Sambeek.

   Twee grote evenementen in 2023:   ´PA100M/PA100K´   en   ´PA100PCG´

Twee jubilieum evenementen in 2023. Het VRZA project ´PA100PCG´ en the Radio Club Limburg project ´PA100M/PA100K´. Beide radioclubs werken nauw samen en delen hun activiteiten, websites en overige zaken.

Historie

De geschiedenis van de TX en RX stations in het kort

    Achtergrond

Aan het begin van de twintigste eeuw was Nederland voor telegrafiecommunicatie afhankelijk van een Engelse kabelverbinding met Indonesië (voormalig Nederlands Indië). Tijdens de Tweede Boerenoorlog in Zuid-Afrika (1899-1902) werd door de Engelse overheid een zodanig strenge censuur opgelegd op de telegrafiecommunicatie dat naar een alternatief moest worden gekeken in Nederland. Er werd een overeenkomst gesloten met Duitsland. In 1905 werd derhalve de ´Deutsch-Niederländische Telegraphen Gesellschaft´ opgericht in Keulen en deze gebruikte de Menado–Yap–Guam kabelverbinding. Deze kabelverbinding sloot weer aan op een Amerikaanse kabelverbinding tussen de Fillipijnen en de Verenigde Staten en de kabelverbinding werd geëxploiteerd door de American Commercial Cable Company. Al snel werd duidelijk dat deze onderneming weer nauwe banden had met een Engelse onderneming. Deze nieuwe kabelverbinding bleek uiteindelijk dus ook geen reële optie voor de overheid.

Rond 1913 werden twee plannen voor een draadloze verbinding met Indonesië ingediend. Een plan betrof een verbinding via tussenstations in Tripoli, Massovah en in Sri Lanka (voormalig Ceylon), waarbij men afhankelijk was van medewerking van Italië en (opnieuw) Engeland. Het andere plan zag op een verbinding via ´de West´ (Nederlands West-Indië), Hawaii en de Samoa eilanden. Een overheidscommissie verleende toestemming aan het eerste plan, maar dit plan werd in de doofpot gestopt. Oppositie tegen dit plan kwam voornamelijk van de minsiter van Koloniën en van de minister van Water Management. Laatstgenoemde verklaarde dat hij de zaak wilde laten rusten in afwachting van de testen die de Nederlandse regering wilde uitvoeren op het gebied van radiotelegrafie in Indonesië. Zowel Marconi Company als Telefunken zouden voor deze proeven worden uitgenodigd. Kort daarna brak echter de Eerste Wereldoorlog uit.

De nadelen van de afhankelijkheid van buitenlandse kabelverbindingen werden steeds duidelijker, zeker toen de Duitse oceaankabelverbinding, die door Nederland werd gebruikt om gecodeerde telegrafieverbingen met Indonesië te onderhouden, werd verwoest. Indonesië was opnieuw alleen maar bereikbaar via Britse kabelverbindingen met als gevolg dat de Britten gecodeerde berichtgeving verboden, berichten werden gecensureerd en er grote vertragingen ontstonden op de berichtenstroom. In 1917 drong commandant kapitein-luitenant E.H. Friderichs, de hoogste in rang op het gebied van draadloze marine-communicatie, bij de Permanente Commissie erop aan om het programma voor directe draadloze communicatie met Indonesië te versnellen. Hij stelde voor om een sterk radiostation te bouwen binnnen de Vesting Amsterdam, welk station op dat moment alleen voor politieke en militaire doelen zou dienen. Ook dit plan sneuvelde uiteindleijk.

    Malabar Radio (PKX) - zendstation


De roep om een draadloze verbinding met Indonesië werd almaar groter. Als reactie hierop, vrij kort na de Eerste Wereldoorlog, liet de Nederlandse overheid vanuit Jakarta (voormalig Batavia) weten dat ze waren begonnen met de bouw van een draadloos telegrafie zendstation dat een directe verbinding kon maken met met een radiostation in Nederland (PCG in dit geval). De bouw van het Langegolf Radiostation Malabar, of ´het Gouvernements Zendstation Malabar´, in Malabar nabij Bandoeng (Java, Indonesië) begon in het jaar 1917. Dr. ir. C.J. de Groot ontwierp een 2,4 MW langegolf boogzender, afgeleid van het originele ontwerp van de Poulsen boogzender. Van deze door De Groot ontworpen zender bereikte 60 - 80% van het vermogen de antenne. Het duurde ongeveer twee jaar om het volledige station in Malabar te bouwen. De bijbehorende langegolf antenne werd opgehangen in de Malabar kloof. Het antenne-ontwerp had kolossale afmetingen (zie de afbeeldingen hierboven en hieronder). De grote langegolf antenne hing in de kloof aan 5 inch (circa 13 cm) dikke staalkabels die de kloof overspanden, op sommige punten bijna 2.000 meter breed. De ophangpunten van de staalkabels aan de twee uitlopers van de Gunung Malabar bevonden zich ongeveer 900 meter boven het station. Vijf door motoren aangedreven lieren aan de zuidkant en overeenkomstige contragewichten aan de noordkant, dienden om de trekspanning van 10.000 kg van de staalkabels constant te houden.

De eigenlijke antennedraden bestonden uit met koperdraad omwikkelde non-ferro dragermateriaal van 7/8 inch dikte. Door het grote oppervlakte van de over de gehele lengte getrokken parallele draden van de antenne, traden er Corona-effecten op. De bevestiging van de antennedraden aan de draagkabels vond plaats op een hoogte van 700 meter door middel van van 2 meter lange isolatoren. De tekeningen laten zien dat ruwweg de oostelijke antennedwarslijnen, die de antenne droegen, waren gemonteerd op de helling van de berg Gunung Poentang, en de westelijke lijnen werden verankerd op de helling van de berg Gunung Haroeman. De parallelle antennedraden in de kloof begonnen op 246 meter boven het niveau van het Malabar-station en liepen op ​​tot 715 meter. Het station zelf lag op een hoogte van 1.250 meter boven zeeniveau.

Hoogstwaarschijnlijk heeft de kloof de antenne geen richtingseffect gegeven, omdat de fysieke lengte van de antenne te kort was ten opzichte van de maximale golflengte van de zender (λ) van 18,75 km! De belangrijkste functie was het creëren van tegencapaciteit.

Op 5 mei 1923 werd het Malabar Station (PKX) officieel geopend middels het versturen van een telegram met felicitaties aan de koningin in Nederland. Zie de afbeelding rechts.

De locatie van het Malabar Station nabij Bandoeng lag voor de hand, aangezien Bandoeng in die tijd het politiek-strategische centrum van Indonesië was. Aangezien dr. ir. De Groot geen hoge masten voorhanden had, kwam hij met het idee om de antenne op te hangen in de Malabar bergkloof, op een plateaugebied in de buurt van Bandung. Op deze manier kon hij een hoogte bereiken nog hoger dan de Eiffeltoren en daarmee de hoogste ´radiomast´ in de wereld in die tijd. De 2,4 MW boogzender werd verbonden met de langegolf antenne die in de kloof hing.

Toen het zendstation een meer definitief karakter kreeg, werd ook een nieuw zendgebouw neergezet. Zie de afbeelding links. Het zendgebouw werd een mengeling van de typische inheemse bouw en de Hollandse variant van een gedecoreerde opslagplaats. Ondanks de eenvoud van de constructie had het gebouw onmiskenbaar monumentale kenmerken, die te danken waren aan de symmetrische opbouw met zowel links als rechts een dubbele toren en een koelwatervijver in de as van het geheel. Als we nu weten dat de ene toren de 400 kW Telefunken machinezender bevatte en de andere de gigantische 2,4 MW boogzender, leek het erop dat deze architectuur de triomf van dr. ir. De Groot belichaamde, omdat hij de gelijkwaardigheid van beide zenders aantoonde.

In het eerste jaar werden niet minder dan 3.413 verbindingen gemaakt tussen Nederland en Indonesië. De Indonesische- en Nederlandse radiodiensten waren dan ook terecht trots op deze langste directe telegraafverbinding ter wereld. Er was een nieuwe weg naar Indonesië geopend. De stations bleken tijdens het Interbellum de belangrijkste verbinding tussen Nederland en Indonesië. Maar de enorme middelen die nodig waren om telegrammen te verzenden stonden eigenlijk niet in verhouding tot de geleverde prestatie.

"Special Event Stations PA100M en PA100K" Al in 1920 hadden enkele radiozendamateurs, die door het groeiend aantal officiële zenders op de langegolf, noodgedwongen naar de kortegolf waren verhuisd, ontdekt dat met relatief weinig zendvermogen op golflengten van 200 meter en korter (kortegolf) enorme afstanden konden worden overbrugd. De kortegolf bleek de eigenschap te hebben dat onderweg relatief weinig zendvermogen verloren gaat en bovendien uitzendingen op deze banden veel minder beïnvloed worden door luidruchtige atmosferische storingen die zo vaak de langegolfradiosignalen overstemden. De professionele radiowereld negeerde dit gegeven echter en bleef hardnekkig vasthouden aan de algemeen aanvaarde theorie dat alleen lange golven geschikt zijn voor betrouwbaar langeafstandsverkeer. Maar er verschenen steeds meer publicaties over recordverbindingen in radiotijdschriften. In 1925 werd min of meer officieus een kortegolfzender gebouwd in het PTT-laboratorium aan de Parkstraat in Den Haag. Deze zender werkte op een golflengte van 42 meter en had een vermogen van slechts een paar honderd watt (een fractie van de 2,4 MW zender in Malabar en de 400 kW zender in Kootwijk). Er was een antennedraad gespannen van de laboratoriumzolder naar een nabijgelegen kerktoren. Daags na de eerste proefuitzending kwam een ontvangstbericht uit Indonesië. De zender was luid en duidelijk te horen. Maar ook hier lag Indonesië al een half jaar voor op Nederland. De zender ANE, die uitzond vanaf de Malabar, werkte al regelmatig met stations op grote afstand op een golflengte van 85 meter. Op 7 augustus 1925 werd een verbinding tot stand gebracht op de kortegolf en diezelfde avond werden 500 woorden getelegrafeerd.

Het lot van de langegolfzenders was daarmee bezegeld. Met apparatuur die op een tafelblad past werd een beter resultaat behaald dan met de gigantische Malabar tegenhanger op de langegolf. Nu kon het radioverkeer tussen Nederland en Indonesië echt beginnen. Het was nu immers mogelijk om 24 uur per dag een verbinding te onderhouden, in plaats van de weinige nachtelijke uren die met de langegolfzender mogelijk waren. Technologie maakte steeds meer mogelijk. Vanaf 7 januari 1929 kon het publiek in plaats van telegraferen ook telefoneren via de radioverbinding tussen Nederland en Indonesië. En het was een groot succes, ondanks het feit dat een gesprek van een paar minuten bijna een half gemiddeld weekloon kostte.

Het Malabar station maakte uiteindelijk deel uit van een groter netwerk van radiozend- en radio-ontvangstlocaties in de regio Bandoeng, eerst op de langegolf en later op de kortegolf. Ontvangststations werden gebouwd in Padelarang, Rancaekek en Cangkring. Andere zendlocaties bevonden zich in Cililin en Dajeuhkolot. Verder was er een antenneteststation bij Cimindi (zie afbeelding links) en twee radiolaboratoria in en bij Bandoeng.

In 1947, net na de Tweede Wereldoorlog, werd het lot van veel van deze stations bezegeld. Gedurende de zogenaamde Bersiap-periode werden veel van deze stations volledig verwoest. Tegenwoordig zijn er alleen nog ruïnes van het Malabar station te zien. Met een kijkje op de kaart is de oorspronkelijke koelwatervijver nog goed te zien.

    Malabar Radio (PKX) - ontvangststation bij rancaekek


Het eerste ontvangststation voor duplexoperatie samen met de zender in Malabar werd opgezet op korte afstand van Malabar in Cangkring (Tjankring op de afbeelding). Op het ontvangststation Cangkring werd gebruik gemaakt van een Telefunken raamantenne van 100 m2, waarmee relatief veel storing werd ondervonden. Dit valt mede te verklaren door de relatief korte afstand tot de twee zeer sterke Malabar zenders. De afstand bedroeg slechts 13 km. Toen eenmaal was besloten het ontvangstation te Cangkring te verplaatsen, werden – naar we weten – op tal van plaatsen ontvangstproeven gehouden, zowel in de nabijheid van de kust als in het binnenland. Omdat de kustlocaties geen betere resultaten leverden dan die op grotere afstanden van de kust, werd een tweetal plaatsen op de Bandoengse Hoogvlakte uitgezocht voor het nemen van uitgebreidere proeven en wel een terrein in de omgeving van de dessa Rancaekek (Rantja Ekek op de afbeelding) en bij Padalarang. Rancaekek was in rechte lijn ongeveer 18 km van Bandoeng gelegen in zuid-oostelijke richting. Padalarang bevond zich aan de andere zijde van Bandoeng in het noord-westen.

De afstand van beide nieuwe locaties tot het zendstation op Malabar werden groter ten opzichte van de oorspronkelijke Cangkring locatie. Volgens opgave in Klaas Dijkstra´s boek Radio Malabar zouden de afstanden van beide stations naar Malabar circa 40 km zijn, echter op basis van afstandsmetingen op Google Maps lijken deze afstanden aanzienlijk korter, zeker de afstand van Rancaekek naar Malabar. Bij de keuze van de plaatsen Padalarang en Rancaekek was eveneens nadrukkelijk rekening gehouden met hun strategische waarde. Om verschillende redenen werd het van belang geacht om de voornaamste radiostations zoveel mogelijk binnen de ´stelling Bandoeng´ te houden.

Bij de ontvangstproeven op Rancaekek werd gebruik gemaakt van een kleinere Telefunken raamantenne van 10 m2, welke antenne beter voldeed dan de grote raamantenne te Cangkring, aangezien hiermee minder last van storing werd ondervonden. Als ontvanger werd gebruik gemaakt van een Telefunken installatie, welke hoog- en midfrequent versterking bezat. In tegenstelling tot Cangkring, waar alle toestellen samen in een metalen behuizing waren geplaatst, werd op de proefstations de proef genomen om alle apparaten in aparte metalen behuizingen te monteren. Zo lang Cangkring nog in bedrijf was en de bedrijfscentrale zich daar ook bevond, werden de ontvangen signalen per kabel naar dit station doorgegeven. Hierdoor was het mogelijk met een minimum aan personeel uit te komen.

Toen eind 1924 deze bedrijfscentrale naar Bandoeng ging, bleef deze werkwijze niet alleen gehandhaafd, maar gaf ook Cangkring de ontvangen berichten door. Enige maanden daarna, in mei 1925 verhuisde de bedrijfscentrale opnieuw, nu naar het grootste telegraafcentrum van Indonesië, ´Batavia Centrum´. Hierdoor was het heen en weer seinen van telegrammen tussen Batavia en Bandoeng niet meer nodig, waardoor de overkomstduur nog iets kon worden bekort.

Aangezien het terrein in de omgeving van Rancaekek zeer geschikt bleek voor het opzetten van een ontvangstation, werd deze plaats tenslotte uitgekozen. Begin 1925 werd het ontvangstation te Cangkring verlaten en toen Rancaekek volledig functioneerde, werd tenslotte ook Padalarang opgeheven, na ongeveer anderhalf jaar dienst te hebben gedaan. De omgeving van Rancakek was geheel anders dan die van Cangkring. Van de laatste lag die in heuvelachtig terrein, terwijl het op Rancaekek volkomen vlak was. Het dichtstbijzijnde gebergte bevond zich hier op enige kilometers afstand.

Het gehele gebied rondom Rancaekek bestond uit sawah en was zeer waterrijk. Vanaf november tot juni werd hier aan rijstbouw gedaan. In die tijd had het grondwater slechts een hoogte van 0,25 meter. Zelfs in de droge tijd tussen juni en oktober zakte dit grondwater in de vette kleibodem niet dieper dan tot een meter. Ook deze factor was misschien voor de ligging van een ontvangstation niet ongunstig.

Stond op Cangkring slechts één enkel gebouw, waarin alles was ondergebracht, op Rancaekek werden op grond van ervaring meerdere gebouwen opgesteld. Zo kregen onder andere de dynamo´s voor de opwekking van de gelijkstroom (DC) met de accubatterijen een afzonderlijk gebouw, dat op ongeveer 100 meter van het feitelijke ontvangstgebouw kwam te staan. Hierdoor hoopte men minder last te hebben van vonkende borstels en andere storingen. Ook het 10 m2 ontvangstraam van Telefunken - het grote raam in Cangkring werd na de verhuizing niet meer opgesteld - kreeg een afzonderlijk torentje, dat apart stond van de andere gebouwen.

Al spoedig na de ingebruikname van het ontvangstation Rancaekek bleek dat ook daar de grote 2,4 MW zender van Malabar stoorde. Enerzijds kwam dit door de geleidelijke opvoering van het vermogen van deze zender en anderzijds door steeds betere ontvangsttechnieken In Rancaekek. De storingen van Malabar bij het eerste ontvangststation Cangkring waren juist de reden geweest om naar een nieuwe locatie te gaan. Dit was een tegenvaller en het nieuwe station weer verplaatsen was geen optie meer.

Medewerker C. de Haas lukte het uiteindelijk om storingsvrije ontvangst te realiseren. Door twee soorten antennes met elkaar te koppelen, werd een ontvangkarakteristiek verkregen, die een hartvorm bezat. Richtte men de antennes goed in, dat Malabar aan de zijde van de minimum ontvangsterkte lag en Europa aan die van het maximum, dan werd de storende invloed tot een minimum gereduceerd, terwijl de ontvangst van de Europese zenders ongehinderd plaatsvond.










    Kootwijk Radio (PCG) - zendstation

Als een handelsnatie en land met grote overzeese gebieden had Nederland belang bij goede en vooral snelle, internationale communicatiemogelijkheden. Tot de Eerste Wereldoorlog was Nederland hiervoor afhankelijk van internationale telegrafie kabelverbindingen van andere landen (zie hierboven). De nadelen van deze afhankelijkheid werden vooral in de Eerste Wereldoorlog gevoeld, zeker toen het Verenigd Koninkrijk berichten begon te censureren die over haar kabelverbindingen werden verstuurd. De noodzaak en de roep om eigen, onafhankelijke internationale verbindingsmogelijkeden werd steeds luider. Na vele politieke debatten besloot de overheid in 1918 om een eigen zend- en ontvangststation voor de langegolf te bouwen. Hiervoor werd een geschikte locatie gevonden: de zandverstuivingsgebieden nabij het dorp Kootwijk.

In de winter van het jaar 1918 begonnen 150 grondwerkers uit Amsterdam met het egaliseren van een terrein van 450 hectare op het Kootwijkerzand onder toezicht van het Nederlandse bedrijf Heidemij. Dit waren voorbereidende grondwerkzaamheden om uiteindelijk een langegolf telegrafiestation te kunnen bouwen voor radiocommunicatie tussen Nederland en Indonesië (voormalig Nederlands Indië). De vakwerkmasten werden in september 1918 in Duitsland besteld, want, zo bleek, was er geen leverancier in Nederland te vinden die deze masten kon leveren. Door de grondwerkers werd ongeveer 380.000 kubieke meter grond verplaatst om het terrein te egaliseren en bouwrijp te maken. Na voltooiing van het grondwerk werd een smalspoorlijn aangelegd voor de aanvoer van bouwmaterialen, gereedschappen en het Duitse staal voor de vakwerkmasten. Zes zogenaamde vakwerkmasten van ieder 211,6 meter werden opgericht om de langegolf antenne te kunnen dragen en daarnaast werd het Hoofdgebouw A neergezet om het langegolf station met haar zenders te kunnen onderbrengen. Iedere vakwerkmast woog 80 ton en had drie zijden van ieder 3,50 meter breed. Iedere mast stond op een keramisch kogelgewricht voor isolatie van de grond en de mast werd op zijn plaats gehouden door geïsoleerde tuidraden, die op een onderlinge afstand van 48 meter op de mast werden bevestigd. De afstand tussen de onderlinge masten was 450 meter. Tussen de zes vakwerkmasten werd een langegolf paraplu-antenne afgespannen. In Hoofdgebouw A werden twee Telefunken machinezenders van elk 400 kW geïnstalleerd.

Voorafgaand aan 1925 was de heersende opinie dat langeafstands radiocommunicatie alleen mogelijk was via de langegolf, met golflengten van enkele tientallen kilometers. De benodigde vermogens waren meerdere honderden kilowatts en in die tijd waren twee methodes bekend om deze vermogens te kunnen produceren: door een boogzender of met een machinezender. De zender in Kootwijk was van het laatste type: een Telefunken machinezender. Voor de stroomvoorziening werd een hoogspanningslijn aangelegd naar Kootwijk vanuit het PGEM substation nabij Apeldoorn. Bij de voltooiing van Hoofdgebouw A en de koelvijver, werden eveneens bijgebouwen, servicegebouwen, het 50kV hoogspannings schakelstation, transformatorhuizen, de watertoren, een hotel en het dorp Radio Kootwijk gebouwd.

Op donderdag 18 januari 1923 werd Kootwijk voor het eerst gehoord in Indonesië. PCG ging daarna officeel in de lucht vanaf 5 mei 1923.

De resultaten waren teleurstellend. Voor het zendstation in Kootwijk samen met het ontvangststation in Sambeek (bij Boxmeer) waren de investeringen zeer hoog geweest, zeker in die tijd. De resultaten, afgemeten aan het aantal telegrammen die werden uitgezonden, vielen erg tegen. Zoals aangegeven ging het station officieel in de lucht in 1923. Met recht een historische gebeurtenis voor de Nederlandse radiogeschiedenis, omdat een wederzijdse afstand tussen Nederland en Indonesië van totaal 11.410 km werd overbrugd. Maar waarom werkte dit niet goed? Een goede verbinding was alleen mogelijk als het complete signaalpad in het donker lag; in Nederland globaal tussen 5 en 11 uur ´s avonds. Daarbij kwam ook nog dat de telegrafisten in Indonesië in het bijzonder erg veel last hadden van storingen door zware onweersbuien (luchtstoringen of QRN), vooral op deze lage frequenties in tropische gebieden. Met als gevolg, en mede ook door het onhandige seinsysteem en de smalle bandbreedte van zender, dat men slechts met zeer lage seinsnelheden kon werken. Slechts 500 to 1.000 woorden werden iedere avond uitgezonden. Maar de echte reden voor het beperkte succes was de ´competitie´ vanuit de hoek van de kortegolf, waarvan men al had ontdekt - voordat PCG officieel in de lucht kwam - welke goede eigenschappen de banden op de kortegolf hadden voor langeafstands radiocommunicatie.

Vanaf 1923 tot 1925 was het station in de lucht via de langegolf (radiotelegrafie) en werden eveneens experimenten uitgevoerd op de kortegolf (radiotelefonie). Zie de afbeelding rechts met de kortegolf zendergebouwen C, D en E en een deel van het kortegolf antennepark. Het station voor de langegolf bleef bestaan tot de Tweede Wereldoorlog; de kortegolfstations op Kootwijk werden gebruikt tot 1998 voor radiotelegrafie, radiotelefonie en telex. Scheveningen Radio (PCH) maakte ook van de faciliteiten op Kootwijk gebruik van 1968 tot 1998 voor radiotelegrafie, radiotelefonie en UPI telex.

De langegolf zender PCG (of ´Lange Gerrit´ zoals die door de werknemers werd genoemd) deed dienst totdat de Tweede Wereldoorlog begon, zoals hiervoor aangegeven. De Duitsers bliezen het station op en daarmee kwam een eind aan een speciaal hoofdstuk van Nederlandse radiogeschiedenis. Kootwijk Radio was ´silent key´. Twee vakwerkmasten werden opnieuw opgebouwd uit de resten van alle zes verwoeste masten. Deze twee masten deden voortaan dienst als ondersteuningsmasten voor andere antennes. Vandaag de dag zijn al deze masten verdwenen.

Het meest in het oog springende en grootste gebouw, Gebouw A, is een rijksmonument. Dat geldt eveneens voor de watertoren, enkele electriciteitsmasten, het kV station en de zendergebouwen C, D en E.


    Kootwijk Radio (PCG) - ontvangststation bij sambeek

Om directe storing - veroorzaakt door de Kootwijk zender met zijn enorme vermogen van 400 kW - op de signalen die in Nederland tijdens duplexbedrijf worden ontvangen, te voorkomen, moest de ontvanger op een andere locatie ver van de zender worden geplaatst. Naast dit storingsprobleem verschilde het elektrische basisontwerp voor de zendantenne van het ontwerp van de ontvangstantenne. Dit was nog een reden om een ​​apart ontvangststation te gebruiken. Duplexwerking was een belangrijke voorwaarde: aangezien er een beperkt (tijd)venster van radiowerking was tussen Nederland en Indonesië, moest de tijd effectief worden benut en zouden de boog- en machinezenders ook regelmatiger in bedrijf zijn.





Voor Kootwijk Radio werd de eerste locatie voor een ontvangststation gevonden op de heide van het plaatsje Sambeek, ten zuiden van de stad Boxmeer. Bij ´het Radiobos´, zoals we dat tegenwoordig kennen, werd een ontvangststation ingericht. In die tijd moesten de zend- en ontvangststations tenminste 50 kilometer uit elkaar liggen, omdat de zwakke signalen van Malabar gemakkelijk konden worden gestoord door de sterke Kootwijkse zendsignalen. Verder was de richting van Sambeek bepalend voor de locatiekeuze. De richting van het ontvangststation voor Kootwijk moest loodrecht staan ​​op het zendpad tussen Kootwijk-Malabar. Sambeek voldeed hieraan en de bouw begon in 1919 en eindigde in november 1919. Zeven houten masten in één rechte lijn, elk 61,5 meter hoog, werden neergezet om de antennes te dragen. De antennes bestonden uit drie horizontale antennes, alle drie met verschillende lengtes. In plaats van aarde als tegencapaciteit te gebruiken, werden open dipoolantennes gebruikt. Het houten ontvangstgebouw bevond zich in het midden van de antennes en werd gevoed door een symmetrische voedingslijn vanaf het midden van elke dipoolantenne. Op 60 meter hoogte werd een dipoolantenne van 2 * 900 meter opgehangen, een dipoolantenne van 2 * 675 meter op 45 meter en een dipoolantenne van 2 * 350 meter op 24 meter hoogte. De twee langste dipoolantennes werden in een rechte lijn op hun plaats en onder spanning gehouden door middel van tegengewichten die in een afspanmast werden opgehangen. De kleinste dipoolantenne werd op zijn plaats gehouden door tuidraden die naar de tweede respectievelijk vijfde mast leidden.

Een antenne-ingang en -schakelbord werd gebruikt, om de juiste antenne voor het juiste moment te kiezen, en om aan te sluiten op één van de twee aanwezige ontvangers. Soms werden ´vreemde´ antennecombinaties gebruikt om de beste ontvangst en de minste storing te krijgen: met bijvoorbeeld slechts één zijde van een dipoolantenne en de andere zijde direct naar aarde of een combinatie met aan een kant een lange zijde van een lange dipoolantenne met aan de andere kant een kortere zijde van een kortere dipoolantenne. Het antenneschakelbord bestond ook uit twee smoorspoelen voor beide zijden waarmee statische ladingen naar aarde konden worden afgevoerd zonder de ontvangst te beïnvloeden. De technische uitrusting werd voornamelijk geleverd door het Duitse bedrijf Telefunken, bestaande uit afstemunits, detector- en (hoog- en laagfrequent) versterkerunits, verwisselbare spoel- en condensatorunits. De ontvangst was gebaseerd op het zero-beat-principe (BFO).

Eind 1919, na voltooiing van het station, werden in Sambeek voor het eerst signalen ontvangen vanuit Malabar, vier jaar voordat beide zendstations officieel werden geopend. De oplevering van het ontvangststation in Sambeek lag ver voor op het zendstation in Kootwijk. Meer (technische) informatie over het ontvangststation te Sambeek vindt u hier: Vakblad Ingenieur, 6 maart 1920: Het Rijks-radio-ontvangststation te Sambeek. De complexe en opvallende installatie, zeker voor die tijd, stond van 1919 tot 1924 slechts vijf jaar op de Sambeekse heide. Het ontvangststation presteerde uitstekend, maar de verwerking van de ontvangen telegrammen van Malabar verliep te traag: het centrale telegraafkantoor was gevestigd in Amsterdam en Sambeek was uit de richting. Berichten die in Sambeek binnenkwamen moesten opnieuw worden doorgestuurd, nu naar Amsterdam, wat nogal omslachtig was. In 1924 werd een ander station in gebruik genomen, dat dichter bij Amsterdam lag en een directe draadverbinding met de hoofdstad had. Daarom werd het ontvangststation verhuisd naar Wassenaar (landgoed Meyendel) en uiteindelijk naar Nederhorst den Berg.


In 1925 werden de houten masten verkocht voor een fractie van de initiële investering. Voor het vroegtijdig beëindigen van het huurcontract moest een vergoeding worden betaald aan de gemeente Sambeek. De houten huizen en gebouwen werden eigendom van de gemeente. De 4.600 meter lange Radioweg kwam op 1 april 1926 weer in handen en onderhoud van de gemeente. De betonnen funderingen van de gebouwen zijn tot op de dag van vandaag in de grond van het bos rond de ´Radioplassen´. Een van de oorspronkelijke afspanmasten heeft nog jarenlang dienst gedaan als uitkijktoren in de Staatsbossen. De radiogebouwen zijn in de loop van de tijd verdwenen.




Om dit specifieke hoofdstuk niet te groot te maken is een extra, aparte Galerij pagina van het Sambeek ontvangststation is beschikbaar. Afbeeldingen die tot nu toe nog niet op het internet staan, zijn door de Heemkundekring Stevensbeek aan ons toegekend voor publicatie. We zijn vereerd om deze afbeeldingen te tonen. Deze historische locatie is immers ook de plek waar we tijdens de bezoekersdagen met de special event stations gaan werken. Je kunt hier de afbeeldingen op de Sambeek Galerij bekijken.


    Locaties van de twee historische tx en rx stations

De locaties van de twee historische radiostations PCG en PKX gevisualiseerd op de kaart.

Gebruik de drukknoppen in het venster om de Kaartlagen te veranderen en wijzig de zichtbaarheid van de Locaties, Pad en Antennes. Om de opzet en de feitelijke afmetingen van de voormalige antennes van Malabar Radio en Kootwijk Radio en de antennes van hun bijbehorende ontvangststationste te zien, gebruik je de Inzoom knoppen om nader in te zoomen. Door op de twee knoppen te drukken Zoom je in op de locaties van de stations via Google Earth (indien geïnstalleerd op jouw computer).




    Bronverwijzingen


Alle informatie en content is opgenomen met schriftelijke toestemming van:

  Jan-Willem Udo (PA0JWU), www.radiokootwijk.nu
  Arthur O. Bauer (PA0AOB), www.cdvandt.org/dutch-indies-ptt.htm

Je kunt nog veel meer lezen en zien over Malabar Radio en Kootwijk Radio op de respectieve websites van beide personen (klik).


Verder de moeite waard om te lezen en te bekijken:

 Over Kootwijk
  Tussen zand en zenders
  Radio Kootwijk: de wereld rondom een zendstation
  Wij schakelen over op den versterkten zender
  Technische beschrijving van het station te Kootwijk
  Rijkszendstation Kootwijk Radio
  De radiotelefonieverbinding tussen Nederland en Indië

 Over Sambeek
  Vakblad Ingenieur, 6 maart 1920: Het Rijks-radio-ontvangststation te Sambeek
  Radio Nieuws, 1 augustus 1921: het draaibare raam te Sambeek
  Radio Nieuws, 1 december 1923: de ontvangstmiddelen te Sambeek

Over Malabar
  Radio Malabar, deel I
  Radio Malabar, deel II
  Arthur Bauer (PA0AOB): videopresentatie van het Malabar station van Dr.ir. De Groot
  90 jaar radio Malabar - eerste radiotelegrafie-verbinding
  Unieke foto´s van zendstation Malabar
  Wat is er nog over van de installaties in Bandoeng
  CQ DL Magazine 7-2022: Die Funkstation Malabar (in het Duits)

Zowel Malabar en Kootwijk
  Huib Ekkelenkamp, Koninklijk Instituut Van Ingenieurs
  Electron September 2017: een eeuw radiopionieren
  Van Alphen: 25 jaar radioverkeersdienst
  Hoogland: over en uit
  Brink en Schell: geschiedenis van de Rijkstelegraaf - vanaf pagina 192 en verder
  PT: De radioverbinding Nederland - Nederlandsch-Indië
  Radio Nieuws, 1 juni 1923: de dienst Nederland-Indonesië geopend



Station

Operators en station beschrijving

  onze operators en support groep

Operator 1

PA0Q (Hans)

PA0Q
Operator 2

PF5X (Enno)

PF5X
Operator 8

PA0RBA (Rienus)

PA0RBA
Operator 11

PA0BWL (Wil)

PA0BWL
Operator 12

PA3ADJ (Stefan)

PA3ADJ
Operator 7

PE5TT (Marcel)

PE5TT
Operator 13

PA1RI (Rob)

PA1RI
Operator 15

PA4A (Andrzej)

PA4A
Operator 3

PA2P (Jan)

PA2P
Operator 21

PA1K (Bert)

PA1K
Operator 23

PG3N (Peter)

PG3N
Operator 4

PA3ETC (Hans)

Operator 5

PD8RW (Roy)

Operator 6

DL4BER (Ber)

Operator 9

PA3FQK (Mark)

Operator 10

PD2LEO (Leo)

Operator 16

PA3EFR (Erwin)

Operator 17

PD9HIX (Sander)

Operator 18

PE1MR (Michel)

Operator 19

PA1PAT (Patrick)

Operator 20

PE2PVD (Patrick)

Operator 22

PE1WVD (Wim)

Operator 14

Milco

Support

  Station beschrijving

PA100K
PA100M






Transceivers


         HF

 Kenwood TS590-SG (2x)
 MicroHam Keyer II (2x)
 transistor HF PA (2x)
 bandpass filters (5x)


QO-100/VHF

 eigen bouw satelliet TRX
 Yaesu FT-7800R
    (inpraat station)

Antennes


         HF

 9 el Optibeam yagi 5 bands 20-10M
 delta-loop 30M
 four square 40M
 afgestemde dipool 80M


QO-100/VHF

 satellietschotel
 collineair vertical

Automatisering


         HF

 HP laptop
 N1MM logboek software


QO-100/VHF

 HP laptop
 N1MM logboek software



  Panorama Radio gebouw (hoofdruimte)

Navigeer door de kamer met de muis op de panorama-afbeelding, of navigeer door op de plattegrond het blikveld met de muis te verplaatsen. In- en uitzoomen door de groene stip onderin op de panorama-afbeelding te verplaatsen op de schuifbalk.



QSL/Logboek Informatie

Onze QSL kaart, QSL informatie en logboeken

QSL kaart

PA100M

PA100K

Malabar Radio

Radio Kootwijk

QSL informatie

Alle inkomende en uitgaande QSL kaarten gaan bij voorkeur via het Nederlandse QSL Bureau (DQB) in Arnhem. Directe kaarten gaan via onze QSL manager, maar het gebruik van het Nederlandse QSL Bureau wordt sterk aangeraden.

We wachten niet op inkomende kaarten. Alle QSL kaarten zullen door ons - een paar maanden na afloop van het station - in één batch worden verstuurd.

Als je echt geen anderee mogelijkheid hebt en je wilt onze QSL kaart direct ontvangen, stuur dan je kaart naar onze QSL manager, meteen na afloop van de stations. Voor directe uitvraag vanuit:
 Nederland: jouw kaart + SASE.
 Andere landen:  jouw kaart + SAE + 2.

Logboeken van PA100M en PA100K

Uitleg:
  Klik om het Aantal regels in het logbook te tonen (standaard = 5 regels).
  Om een specifiek items in het logboek te zoeken gebruik je het Zoek invulveld.
  Sorteren (oplopend/aflopend) is beschikbaar voor elke kolom.
  Geavanceerd filteren is beschikbaar onder elk logboek op Band, Mode, QSO-datum en RST, of een combinatie.


 Logboek PA100M (dummy logboek)

Band Roepletters Mode Datum RS(T) UTC


 Logboek PA100K (dummy logboek)

Band Roepletters Mode Datum RS(T) UTC


Evenement programma

Het programma van onze special event activiteiten in 2023

Zowel PA100M en PA100K zijn gedurende 54 dagen aktief vanaf locaties van individuele leden van RCL | Radio Club Limburg (zie het onderdeel Operators hierboven). Gedurende 3 dagen zijn beide stations toegankelijk voor bezoekers.

Gebruik de agenda hieronder en sleep met je muis over een gedeelte van de agenda om in te zoomen - op enerzijds een specifieke activiteit en/of een dag/uur - om zodoende meer informatie te krijgen.

Door op de blauwe knop rechtsboven te klikken gaat de agenda weer terug in de oorspronkelijke weergave.





Tools

HAM Radio morsecode en tools



PA100M
PA100K

Sponsors

De sponsors die de Special Event Stations ondersteunen

Bedankt dat je het Sponsor-hoofdstuk bekijkt. Met dit hoofdstuk bedanken we alle sponsoren die dit initiatief mogelijk maken, hetzij met hun materieel, financieel of met hun intellectuele support. Hierdoor kunnen we er een succesvol radio initiatief van maken en meer mensen bekend maken met de 100-jarige radio historie van Malabar, Kootwijk, Sambeek en Rancaekek.


   Als u dit initiatief op welke manier dan ook wilt sponsoren, dan stellen we dat erg op prijs. Wij hopen dat u ons via de Contactpagina wilt benaderen.

Andere evenementen

Andere evenementen met betrekking tot 100 jaar Malabar - Kootwijk

Hieronder diverse andere Special Event Stations, evenementen en andere activiteiten met betrekking tot 100 jaar radiocommunicatie historie tussen Indonesië (Malabar) en Nederland (Kootwijk).

Kootwijk

PI100PCG/YE100PK    100 jaar Malabar-Kootwijk

Special event station ter viering van 100 jaar radiohistorie. Gewerkt wordt vanaf de locatie van het zendstation in Kootwijk.

Picture

VRZA    100 jaar Malabar-Kootwijk

Activiteiten die door verschillende VRZA afdeling worden uitgevoerd ter ere van 100 jaar radiohistorie.

Picture

Tekst    website

Tekst tekst tekst.

Picture

Erfgoedplatform Apeldoorn    Erfgoedplatform Apeldoorn: 100 jaar Radio Kootwijk

Jubileum programma 100 jaar Radio Kootwijk door de gemeente Apeldoorn.

Picture

Tekst    website

Tekst tekst tekst.

Picture

Monument Radio Kootwijk    Herstel monument te radio Kootwijk

Crowdfunding voor het terugbrengen van het Herinneringsmonument naar Radio Kootwijk.

Picture

Tekst    website

Tekst tekst tekst.

















Neem contact met ons op

Je kunt ons bereiken via het contactformulier

 SES PA100M en PA100K (vast punt)

Adres: Radioweg 12, 5844 AA Stevensbeek

Als je contact met ons wilt opnemen, om welke reden dan ook, gebruik dan het contactformlulier hieronder. Je bericht komt dan via email bij het PA100M/PA100K-team terecht.


De door jou verstuurde informatie wordt alleen gebruikt om te reageren; de gegevens worden niet gebruikt voor commerciële doeleinden en ook niet gedeeld met derden.




Contactformulier


Invulvelden met een    zijn verplicht.